dinsdag 29 september 2009

Het kwekerssyndroom is neergeslagen in België

Gwenn, hobbyist in hart en nieren, zelfs jurylid in opleiding, is aan het kweken geslagen. In zijn zelfgebouwde koihuis á la Japanse stijl is hij dit jaar met de kweek van zowel Kohaku als Sanke begonnen. Ik heb Gwenn ontmoet op de Holland Koi Show in Arcen en daar werd het me al snel duidelijk dat hij zijn visier heeft gericht op hoge kwaliteit Koi en het herkennen van deze. Om die reden is Gwenn ook met de juryopleiding begonnen en daarnaast is hij ook vele malen naar Japan geweest. Daar heeft hij eigenhandig zijn ouderdieren uitgezocht om mee aan de slag te gaan voor de kweek. In de uitleg die Gwenn me over zijn kweek gaf, werd het me al snel duidelijk dat hij liever praat dan schrijft, dus we houden het vooral bij foto’s.

Op de eerste foto zijn gelijk de ouderdieren te zien: Het vrouwelijke ouderdier is een Yamatoya Sansai van 65 cm en twee mannelijke Dainichi nisai, welke tussen de 40 en 50 cm zijn. De eigenlijke kweek was op 28 mei 2009, waarbij vier dagen later de eerste kego (jonge Koi) al rondzwommen. Op 27 juni 2009 was de eerste sembetsu (selectie, dit woord moeten jullie onderhand wel kunnen dromen ;)). Bij deze eerste sembetsu heeft Gwenn vooral naar afwijkingen gekeken, patronen waren nog niet zichtbaar. Daarnaast zijn te kleine vissen ook uitgeselecteerd.



Bij de derde foto is duidelijk het groei verschil tussen de jonge Koi te zien. In het koikwekerslatijn worden deze snelle groeiers ook wel Tobi Koi genoemd. De Tobi Koi worden bij voorkeur gescheiden van de rest om kanibalisme te voorkomen. Bij Gwenn is dit natuurlijk eenvoudiger dan bij de Japanse koikwekers, dit scheiden van de uitschieters gebeurt daar dan ook niet. In veel gevallen zijn dit trouwens lelijke vissen, bij een Kohaku-kweek vaak Benigoi en Shiro Muji. En als zo'n uitschieter dan eens redelijk tot goed gekleurd is, verliest de vis deze in veel gevallen in een later stadium van de groei. Gwenn heeft trouwens wel enkele van deze Benigoi aangehouden, waarvan de grotere. Hij is namelijk alleen fan van grote Benigoi van 70+, tsja wie niet?



Aan de foto hierboven te zien zijn de vissen al een stuk groter geworden en zijn de patronen duidelijk zichtbaar. 13 juli was het dan zover, de tweede sembetsu. Van deze selectie zijn hieronder twee Koi uitgelicht, de Koi op de linkerfoto was op dat moment 11 cm en de Koi rechts 13 cm. Eén september heeft Gwenn de jonge Kohaku eens gemeten: 18 cm schoon aan de haak! Voor een Koi van drie maanden een respectabele lengte, welke gelijkwaardig is aan de Japanse kwekers. Op dit moment zijn er nog 90 stuks Kohaku jongbroed over, dit betekent dus dat Gwenn een hele zware selectie heeft toegepast. Binnenkort zal ik van Gwenn meer informatie en foto's ontvangen van de derde sembetsu. Ik ben benieuwd, dan wordt het pas echt duidelijk of dit een succesvolle kweek is geweest.

zondag 27 september 2009

Brams' Bakje

Sinds het voorjaar van 2009 heb ik thuis een binnenbak in werking. Deze heb ik bij ons achter in een houten schuur gebouwd. De ruimte waar de bak in staat is geïsoleerd met 5 cm dikke isolatieplaten, type Dupanel. De bak heeft een afmeting van 2,10*2,10*1,46m, met een inhoud van bijna 6.500 liter. Via een zijdrain, een vortex, een 13.000 liter pomp en een trickling filter wordt de bak draaiende gehouden. De trickel is gemaakt van kratten met geperforeerde bodem en de onderste bakken zijn dicht, om het water op te vangen. Deze bakken zijn gekoppeld, waardoor er een circulerende stroming ontstaat. Het filtermateriaal bestaat uit Bacteria House, KSB en plastic bioballen. Naast de goede zuurstofvoorziening van de trickling filter staat er nog een aparte luchtpomp van 30 liter/min te draaien. Via een tijdklok staat een TL-balk ingeschakeld om extra licht in de ruimte te brengen.



Sinds begin mei heb ik er vier vissen in zwemmen, een Sanke van Marusei Hirasawa, een Pearl Ginrin Sanke + Showa van Sekiguchi en een Karashigoi van Marudo. Het zijn niet echt tategoi, maar wel interessante vissen om de ontwikkeling van te volgen. Een voerautomaat zorgt voor een regelmatig voederpatroon. Op het moment is deze ingesteld op 6x voeren per dag, welke om 8.00, 10.30, 13.00, 15.30, 18.00 em 20.00 voer geeft. Nu de winter eraan komt zullen de tijden aangepast worden op de tijden van zonopkomst en zonsondergang. Koi zijn het 'hebberigste' rond deze tijden. In Japan wordt tussen de vijf en zeven keer per dag gevoerd, van 6.00 tot 18.00, waarbij de tijd tussen de voederbeurten variëreert tussen de twee en drie uur. Zowel Marudo, Yamamatsu en Dainichi staan achter dit voederregime en behalen hier de beste resultaten mee. Om die reden gebruik ik ook Saki Hikari Basic (korrelgrootte 3mm), waar zij ook volledig achter staan.

Begin mei zijn de vissen dus geplaatst. Ik heb er anderhalve maand van mogen genieten en toen ging ik voor zeven weken naar Japan. Wat een kick was het om de Koi weer terug te zien eind augustus! De kleinste van het stel toen, de Karashigoi was 14 cm bij plaatsing, was gegroeid naar 32 cm. Op zich een hele respectabele groei, maar ik was dus net terug uit Japan. De Karashigoi bij Marudo waren toen al 40 cm en zullen nu gemiddeld 45 á 50 cm zijn. Het jammere is dat deze vis voor zijn komst naar deze bak behandeld moest worden aan een wondje en nu een scheefgetrokken bek heeft. Maar ja, zo'n Karashi heeft wel zijn charme door zijn rustige gedrag en dat het zo'n schrokop is.

De Marusei Sanke is gegroeid van 22 naar 29 cm, de Sekiguchi Showa van 22 naar 32 en de Pearl Ginrin Sanke is gegroeid van 24 naar 31 cm.

Ik zal binnenkort deze Koi extra belichten in een apart artikel. Deze groei is dus in vier maanden tijd gerealiseerd. In Japan zitten de vissen van deze leeftijd vanaf midden mei in de mudponds, tot midden oktober. Dit betekent dus vijf maanden mudpond voor Ake-nisai (nieuwe nisai). Tosai zitten trouwens gemiddeld maar drie tot vier maanden in de mudponds. Zo'n tosai groeit van 1 cm uit tot een Koi van gemiddeld 20 cm in deze tijd. Vanaf september zitten deze verwarmd in de koihuizen tot midden mei, waarin deze een gemiddelde lengte van 30-35 cm behalen. Wanneer deze weer naar buiten gaan voor een volgend mudpondseizoen wordt een gemiddelde lengte van 50 cm behaald. Mijn Koi zouden dus idealiter deze lengte hebben dit najaar. Zonder verwarming en continue waterverversing zit dit er hier niet in geloof ik (ik ververs hier twee keer per week, 10% per keer). Al is het water dit jaar nog niet onder de 20 graden geweest. Zelfs nu is het nog 20,5 graad.

Hierbij een video welke ik gisteren heb gemaakt:

zaterdag 26 september 2009

De Pronkende veren van een Pauw

Als je denkt dat de sembetsu van Kujaku na enkele honderden stuks saai zou worden, dan heb je het mis. Het begint bij het afslepen van de mudpound. Je zou denken dat als je er één hebt afgesleept, dat je ze allemaal wel hebt gehad. Niet dus. Telkens weer opnieuw voel je de spanning en het ongduld. Nieuwschierig naar wat er nu weer in het net zal zitten werk je geconcentreerd naar elkaar toe. 'Zal er ook een tancho tussen zitten?' 'Welke invloed zal dat groene water in deze mudpound hebben op de Kujaku?' 'Hoe groot zullen ze al zijn?' Vervelen doet het dus niet. Ook bij het selecteren ben je bij elke lichting die in de selectiebak wordt losgelaten benieuwd naar wat te zien. Als je van Koi houd, gaat dat niet vervelen.

Het is ook een continu leerproces. Natuurlijk zijn er basisprincipes. Een regel zou een regel niet zijn als er een uitzondering op bestaat. Hoe herken ik kwaliteit? Wat zijn goede eigenschappen en wat juist niet? In 'Meesterlijke Metallics' en 'Als je later groot bent' heb je de belangrijkste kenmerken al even voorbij zien komen. In deze blog nemen we even een paar Kujaku van deze kweek met je door, zodat je een duidelijk beeld krijgt bij deze eigenschappen. De vissen in dit topic zijn slechts 8 weken oud en tussen de 10 en 15 cm groot!!

Als we kijken naar de eerste foto dan zien we geen Kujaku. Dit is een Gin Matsuba. Een Kujaku zonder patroon. De basis dus. Elke schub is ingelegd met een zwarte kern bij deze variëteit. Dit staat symbool voor het 'oog' van de de 'pauw' en in combinatie met een rood patroon, daarom verantwoordelijk voor de naam Kujaku. Deze Gin Matsuba is een erg goed exemplaar. Het is de beste Gin Matsuba voortgekomen uit deze kweek. Maar waaruit blijkt dit?
Als eerste is de bouw van deze vis excelent. Zeker wanneer we de leeftijd in ogenschouw nemen. Wat meteen opvalt is de dichtheid van het shiroji (witte huid) op het hoofd. Compleet egaal en geheel ondoorzichtig. De zwarte neusgaten zorgen voor een mooi contrast. Het matsubapatroon laat zich al raden. Essentieel bij deze variëteit is het schubbendek. Deze moeten netjes in een rij, gelijkmatig en zonder irregulaties zijn. Elke afwijking aan een schub is een doorn in het oog. Het zal de vis drastisch in schoonheid en waarde doen verminderen. De glinsteringen laten zich door het matsubapatroon heen duidelijk zien. De teri (glans) op deze vis is erg goed. Eigenlijk is het hele hoofd als een matte spiegel. De borstvinnen zijn magnifiek van vorm en ook de glans hierop is uitstekend. Een Gin Matsuba komt pas echt tot zijn recht bij afmetingen van formaat. De huidkwaliteit van nu, bepaalt of de vis ook dan nog een mooie glans zal bezitten. Bij Gin Matsuba is de schoonheid van het witte hoofd erg belangrijk. Dit zorgt namelijk voor het wonderlijke contrast met de rest van het lichaam.
De volgende Koi is wederom geen Kujaku. Weer geen Kujaku? Dit was toch een Kujaku kweek? Dat klopt. Om de kwaliteit en kenmerken van een Kujaku op waarde te kunnen schatten, moet je echter ook weten wat slechte eigenschappen zijn. Een belangrijke pijler die Jos handhaaft is dat je van slechte Koi, veel meer kan leren, dan van goede Koi. De Koi die we hier zien heeft een aantrekkelijk patroon en een goede bouw met ook mooie lange kieuwplaten. Wanneer we verder kijken zien we zelfs wat glans op de neus en kieuwdeksels. Maar ondanks deze glans, is dit zeer zeker geen Metallic Koi en dus geen Kujaku. De borstvinnen zijn nauwlijks zichtbaar omdat er niets weerkaatst en ook het gehele lichaam van de Koi is dof zonder enige glinstering. Gedurende het eerste levenjaar zal de teri op het hoofd in de huid trekken en blijft er ook van deze Metallic eigenschap niets over. Toch wordt dit visje behouden. Waarom? Het is ook voor een gevorderde kweker belangrijk niet in te dutten en jezelf blind te staren op je eerder verworven kennis en ervaring. 'Je leer zolang je leeft'. Dit is dus een testvisje. Zoals deze vis, worden er enkele behouden om te kijken wat zij zullen gaan doen in hun ontwikkeling. Misschien dat er zich eigenschappen openbaren die misschien niet wenselijk zijn in de Kujaku-lijn, maar uitstekend geschikt zijn om bijvoorbeeld een Goshikilijn te verbeteren, om maar iets te noemen. Dit vereist een hele andere blik op deze vissen en wanneer je alleen de regeltjes volgt en selecteert, gooi je deze exemplaren zonder pardon weg. Het vergt veel concentratie om ook dit in ogenschouw te houden en je niet blind te staren op de kern waar je mee bezig bent. Pik ze er maar eventjes tussen uit, wanneer je enkele duizenden exemplaren selecteert. Het blijft dus absoluut mensenwerk en essentieel voor innovatie. Zonder passie voor Koi, kun je dit helemaal vergeten.

Dan zien we hier eindelijk een Kujaku. De bouw is goed. De neus is iets te lang, waardoor het hoofd te smal lijkt. In veruit de meeste gevallen, verdwijnt dit echter na het eerste jaar. Staar je hier dus niet blind op. Het patroon is aantrekkelijk, maar kom eigenlijk iets te kort in de schouderpartij. De glans is zeker aanwezig, maar niet zeer denderend. je ziet dat eigenlijk alleen de uiteinden van de borstvinnen echt mat weerspiegelen. Ook in de ruglijn kunnen we de kristallen wel herkennen. Dit is de reflectie van de kwalitatief aanwezige irridoforen. Dat zijn de receptoren voor glans in de huid. Op het verdere lichaam eigenlijk niet. Het matsubapatroon is wel uitstekend. Het subtiele blauwe rasterwerk is hiervoor een goede voorbode.
De Kujaku die we hier zien heeft duidelijk meer glans dan zijn voorganger. Vergelijk de borstvinnen maar eens. Ook op de rug en de ozutsu kunnen we enkele reflecterende kristallen herkennen. Het patroon is goed en groot genoeg voor een uitgroeiende Kujaku. de grootste vraag bij deze Kujaku is echter of het patroon gehandhaafd zal blijven. Zoals je kunt zien is de kleurintensiteit van deze Koi, veel lichter dan zijn voorganger. Een verklaarbare reden kan zijn, dat deze Kujaku uit een andere mudpound komt. De kleurintensiteit is hier namelijk sterk van afhankelijk. We zagen grote verschillen tussen de verscheidene Kujaku uit de diverse mudpounds. Wanneer deze Kujaku in een betere mudpound geplaatst wordt, dat het hi helemaal terug op zal komen. Het is dus belangrijk dat een kweker ook hieruit lering trekt en de mudpounds op zijn duimpje kent. Dit verschil kan bepalen of deze Kujaku tot de prullenbak wordt gedegradeert, of toch nog tot top of the bill kan verworden. Alhoewel het dus het meest praktisch is om de Kujaku vijvers bij elkaar te hebben, kunnen deze dus toch zeer uiteen liggen. We zie dat deze Kujaku ook Motoaka (hi in de borstvinnen) draagt. Dit is geen directe fout en kan, indien mooi geplaatst, bijdragen aan de evenwichtigheid van het patroon.
Nu we ook de mindere kenmerken in beeld hebben gebracht, nemen we eens een kijkje naar de volgende Kujaku. vergelijk nu nog eens de borstvinnen van dit exemplaar met zhaar voorgangers. Was je kritisch bij de vorige twee, dan blijft er nu helemaal niets van over. De borstvinnen zijn bijna volledig weerspiegelend. Ook op de ruglijn, achter het hoofd tot de rugvin, zien we een wel hele brede lijn van kristallen. Het hoofd is erg mooi breed, de ogen goed geplaatst. Het patroon is zeker aan de voorzijde erg aantrekkelijk. Was het laatste patroon op de ozutsi normaliter niet gewenst, zo is het bij deze Koi zeer welkom om tot een goede balans te komen in het patroon, omdat het tweede deel erg licht getekent is. Zo zie je maar; de uitzondering bevestigd de regel. We zien bij deze Kujaku een erg groot verschil in kleurintensiteit van de patronen. Ze lijken erg donker, zeker onder het matsubapatroon. Hier verraad de moderne varaiant van de Kujaku zich. Deze Koi zal dieprode patronen krijgen. Een bijzonder goed exemplaar.
Dan tonen we ook nog even een traditionele Kujaku. Hier zie je het lichtblauwe rasterwerk duidelijk terug. De Koi is goed gebouwd en één van de groteren uit de kweek. De borstvinnen getuigen wederom van goede kwaliteit en dezelfde glans zien we terug op vrijwel de gehele vis. Het patroon is voldoende aanwezig en wanneer dit bij de groei meer samen zal trekken, kan deze nog voor een verassing zorgen. Op dit moment lijkt het patroon te druk. De kleur is goed en diep aanwezig. Eigenlijk al bijna af, maar de huidkwaliteit is goed genoeg om dit te blijven ondersteunen. Het kuchibeni (lippenstift) geeft deze vis net dat beetje extra. Persoonlijk een Kujaku met een hoog 'Wauw'-gehalte en ik ben dan ook benieuwd hoe deze Kujaku zich zullen gaan ontwikkelen.
Hoe zullen deze Koi eruit zien over een hlaf jaar tot een jaar, Hoe groot zullen ze zijn en hoe zal het patroon en het matsubaeffect zich hebben toegelegd op deze Koi. hebben we de goede keuzes gemaakt? Nee het verveelt nooit om weer een vijver leeg te trekken en vissen te selecteren. We kijken er naar uit de Pauw te oogsten wanneer hij zijn veren in vol ornaat toont.


Dat het niet alles Koi is wat de klok slaat, blijkt wel wanneer Marjan ons te weten geeft dat er gebraden kippetjes op ons liggen te wachten bij de lunch... Mmmm, hoe zal een gebraden pauw eigenlijk smaken.

dinsdag 22 september 2009

'Als je later Groot bent...'

Telkens worden er ongeveer 70 in de selectiebak gedaan, waaruit we dan de besten selecteren. De Kujaku Semnetsu is onderweg! Deze selectiebak is langwerpig waardoor je er makkelijk met een aantal mensen langs kunt staan. Aan één uiteinde zit een afvoertje. Een langwerpig pijpje fungeert als stop.

'Deze methode is anders dan die wij bij Marudoh gebruiken', zegt Bram op enig moment. Ik moet lachen. Mooi vind ik dat altijd. Meer dan eens spreekt Bram gedurende zijn ervaringen en visserslatijn, over wat hij in Japan heeft meegemaakt in de 'wij' vorm. 'Wij gebruiken andere netten'. 'Die vis zou bij ons niet doorgaan'. Bram heeft nu twee jaar op rij bij Marudo gewerkt en daar heeft hij natuurlijk een behoorlijk referentiekader opgedaan. Dat hij in deze termen spreekt, geeft aan dat hij zich erg verbonden voelt met de Marudoh Koi Farm. Dat blijkt ook wel uit het feit dat hij eerder nog zei bij elke kweker wel stage te willen lopen. Nu zegt hij goed op zijn plaats te zijn bij Marudoh.

Hij wordt als kracht gewaardeerd op de Japanse farm. Dat voelt goed. Voorts is het een eerbetoon van respect. Hisashi-san (links afgebeeld) heeft er erg veel tijd in gestoken Bram te onderwijzen. Als Bram nu naar Marudoh gaat, kan hij al veel meer zelfstandig werken. Dan kan Bram ook echt een efficiënte meerwaarde aan de farm brengen. Dit is het stukje respect en eerbetoon dat Bram graag aan de Marudoh Koi farm brengt. Dit siert hem erg in mijn ogen. En het zijn ondermeer deze karaktereigenschappen, die hem geliefd maken bij de familie Hirasawa, bij wie hij thuis logeert wanneer hij in japan verblijft. Dat Hisashi zich om hem bekommert blijkt wel. Zo was hij zelfs een beetje boos toen Bram iets te lang niets van zich had laten horen na zijn veilige aankomst in Nederland.
Dit betekent overigens niet dat Bram nooit op een andere farm zal werken. Zoals je in het interview met Marudoh dat ik vorig jaar met hem had kunt lezen, zijn de kwekers veelal vrienden. Daarnaast heeft Marudoh een belangrijke functie als regiocoördinator van de Niigata voor het INPC, een belangrijk overheidsorgaan in de promotie van Nishikigoi. Hij kent dus bijna iedereen en wordt streng gerespecteerd. Hij beseft dat het bevorderlijk en essentieel voor Bram is zich te kunnen ontplooien en zijn horizon te verbreden. Als het even niet zo druk is op de farm, of Bram heeft een zeldzame vrije dag, dan gaat hij met plezier een dagje vreemd bij Yammamatsu of Dainichi.


Terug naar het onderwerp. In Japan wordt dus een andere methode gebruikt dan een langwerpige bak. Daar gebruiken zij per persoon een groot en een klein net. Dit zie je hier afgebeeld. Deze foto is van de Kujaku sembetsu die Bram bij Marudoh deed. in principe is de 'Japanse' methode de meest efficiënte. De reden dat Jos de lange bak gebruikt is dan ook met redenen omkleed. De fysische reden is dat wij Europeanen niet zo gemakkelijk enkele uren achtereen in dezelfde houding kunnen zitten. De volgende belangrijke reden is dat je op deze wijze met meerdere mensen naar dezelfde vissen kijkt. In Japan zijn de farms veelal familiebedrijven waarbij selecteren met de paplepel ingegoten wordt. Bij ons is het niet even een blik open trekken. Op deze manier is de kans dat er een goede vis wordt afgeschreven beperkt. belangrijker nog is dat Jos gemakkelijk kan corrigeren en ook min of meer lesjes kan geven, zonder telkens de werkzaamheden stil te moeten leggen. Deze bak is in deze situatie dus zeker doeltreffend. Een mooi voorbeeld dat je niet alles simpelweg moet nadoen. Zelf nadenken en innoveren is belangrijk bij bedrijven en dus ook KoiFarms.
Weer een leermomentje. verder is het ook verschrikkelijk gezellig aan de bak. Aanhoudende concentratie zorgt vanzelf voor een gepaste sarcastische, soms zelf cynische inslag.

Nu we ons er overheen hebben gezet dat niet allen kunnen overleven, gaat de selectie al iets sneller dan bij de Doitsu Hariwake. Dat is ook zeker geen overbodige luxe, want kwa aantallen gaat het hier toch om bijna 1000 Kujaku per vijver! Toch ontstaat hier en daar nog enige aarzeling wanneer een Kujaku met weinig huidkwaliteit passeert, die toch een heel interessant patroon draagt. Het is hier waar een eerdere les ons is bijgebleven. Twijfel is Weg! Hoppatee, en weer een visje, waar iedere hobbyist mee in de nopjes zou zijn geweest indien uit eigen kweek, naar de eeuwige jachtvelden gestuurd. Ook het tegenovergestelde is komt voor.
Zo zijn er erg goede metallic vissen die net te weinig patroon hebben om tot een mooie Kujaku door te kunnen groeien. (links afgebeeld). Toch gaan er een aantal door met weinig patroon. Dit bewijst dat de kwaliteit van het visje belangrijker is. Bovendien kan goed geplaatst klein patroon ook nog best sierlijk zijn. Mede omdat de kweek zo succesvol is geweest kunnen we zo streng selecteren. Ook de Kujaku die achter zijn gebleven in lengte mogen niet door naar de volgende ronde. De allerbeste pik je er binnen luttele seconden uit. Deze steken zo erg met kop en schouders boven de rest uit, onmiskenbaar! Er doen een aantal letterlijk de kop op, die serieus waar zo een glanzende neus hebben dat ze haast letterlijk licht geven. 'Absurd', is het woord waarmee Jos zich uitbundig ingetogen verheugd bij het aanzien van deze kwaliteit. Dat dit inderdaad een abnormaal goede kweek is geweest blijkt wel wanneer we dat woord die middag nog enkele keren mogen aanhoren.

Als de allerbesten zich hebben laten onderscheiden en scheiden, kijken we naar de overigen.  Weer vinden we de besten uit de horde van honderden. Deze worden wederom gescheiden en zo gaat het voort. Hierbij ontstaat echter wel de tendens dat je steeds naar de besten kijkt, terwijl deze na de derde keer eigenlijk al half niet zo goed meer zijn als de besten. Na de derde keer is het dan ook welletjes en wordt de rest respectvol afgedankt. De kwaliteit die hier wordt afgedaan, wordt in Nederland veelvuldig verkocht. Hier geld duidelijk een andere norm. Echte kwaliteit, voor minder doet men het niet!
Hier zie je een prachtig voorbeeld van twee erg goede Koi uit de selectie. Het onderste exemplaar vertoont een 'lichtgevend' neusje. Ook de ruglijn vanaf achter het hoofd tot aan de rugvin heeft een gigantische glans. Omdat ze toevallig in deze positie zwemmen kun je de teri (glans) van de ozutsu (staartdeel) goed vergelijken met de glans op de neus. Ook deze is zondermeer behoorlijk, zo niet, formidabel. het bovenste exemplaar vertoont zowieso langs de gehele ruglijn een schittering. De borstvinnen glanzen als matte spiegels. De patronen zijn aanwezig in zowel voldoende kwantiteit als kwaliteit.

Of ziet Jos nog een mooie. 'Kijk deze dan jongens, waarom zwemt die er nog?' Dergelijke vragen stelt Jos veelvuldig tussendoor en alhoewel hij ons in het begin telkens weer in onzekerheid wist te brengen, was het nu het zelfvertrouwen en de reeds opgedane kennis en ervaring die ons resoluut deed wijzen op de lakende glans als reden van weigering.' Toch laat ons Jos ons grotendeels ongemoeid. Hij heeft vertrouwen in ons en dat voelt goed. Er is ook veel humor tussendoor en ook dat is belangrijk. Want zonder dat je het door hebt, ben je zo enkele uren verder, waarbij concentratie een continue vereiste is. Een beetje humor tussendoor maakt dit mogelijk. 'Hé, woarum zwemte dieze der nog?', zo spreekt Ernst ons met zijn allerbeste Jos-imitatie resoluut aan. Hij doet dit echter enkele seconden nadat er net een nieuwe selectielichting in de bak is losgelaten. We verschieten in de lach. Ernst kijkt ons verbouwereerd aan en valt niet uit zijn rol.  'Hier, en deze dan, die kan wel door toch zeker'. 'Moet je kijken wat een glans', zo stelt hij wijzend op een overmaatse kikkervis... Terwijl Marco gruwelt van deze glibberige groene, kan ook hij het lachen niet laten.

Woarum zwemte dieze der nog?

Het lachen verstompt echter wanneer ik na een moment van verbazing, een visje van rond de 12 cm toon aan de overigen. 'Het enige onberekenbare bij een kweek', zo stelt Jos, 'is het patroon.' Natuurlijk hoop je altijd op enkele Tancho en ja, we hebben twee Tancho Kujaku voorbij zien komen, maar dit visje was echt verbazingwekkend. In mijn groene netjes zwom een heuse Tancho Sakura. Dit visje is ook nog eens van dien kwaliteit, daar wordt je gewoon bang van. 'Absurd', horen we Jos belangstellend fluisteren wanneer hij de vis nader bestudeert. De Tancho spot is zo perfect, maar ook zo enorm dik en diepliggend, werkelijk verbluffend.
Naast de rugvin bevind zich nog een hi patroon, maar die wordt door Jos al snel geïdentificeerd als zijnde in verval, dus wat zal resten is een prachtige Tancho Metallic Kohaku, een Tancho Sakura! Dit is uniek en dat besef komt al snel. Jos durft de vis vaderlijk toe te spreken met de woorden; ' Als je later groot bent...' Met niet zoveel woorden maakt Jos duidelijk dat dit visje in de toekomst misschien wel mee mag naar de All Japan Koi Show. Het is de droom van Jos, daar ooit nog eens te mogen schitteren, met eigen kweek welteverstaan. Wat een kwaliteit dit visje, monsterachtig!
 
Ik ben benieuwd wat er verder tussen zwemt zeg...

maandag 21 september 2009

Meesterlijke Metallics.

Tijdens ons verblijf op de Nishikigoi farm in Polen, hebben Bram en ik vele selecties gemaakt. De sembetsu die ons het meest bij is gebleven is wel die van de Kujaku. Deze variëteit kan ons beiden erg bekoren. Kujaku betekent letterlijk Pauw. Een passende naam voor deze metallic Koi die naast een rood of oranje Kohakupatroon ook rijk is aan het Matsuba effect.

Het kohaku patroon is hierbij overigens een streven, maar echt mooie typische nidan of sandan patronen komt men maar weinig tegen op de Kujaku. Matsuba betekent op zijn beurt weer dennenappel. Het heeft heel toepasselijk betrekking op de schubben die van een donkere kern zijn voorzien. Dit doet denken aan de veren van de Peacock. De eerste verrassing was de mededeling van Jos dat we niet één, niet twee, maar vier vijvers met Kujaku af te vissen hadden. Op de vraag hoeveel ouderdieren hiervoor verantwoordelijk moesten zijn, volgde een tweede verbazing.
'één moederdier', antwoorde Jos ietwat nonchalant. 'Slechts één vrouwelijke Kujaku Oyagoi?'. Vroegen wij beiden bevestigend. Jos houd zeker van een grap en een grol, maar hierover maakt hij geen geintjes. Dit moederdier heeft Jos al enkele jaren geleden aangekocht van Hisashi Hirasawa (Marudoh). Door Marudoh zelf zal ze niet gekweekt zijn, aangezien deze nu pas drie jaar zelf Kujaku kweekt. Vier mudpounds met Kujaku, waarbij de eerste selectie reeds is geweest. De vissen zijn nu ongeveer acht weken en rond de 10 à 12 cm in lengte.

Als we tot onze knieën in het klei genieten van het afslepen en vijver nummer één hebben afgevist, kunnen we met de selectie beginnen. De eerste indruk is al bijzonder goed.
Poeh dat wordt moeilijk selecteren denk ik nog. Maar met de kennis van de selectie van Doitsu Hariwake nog op zak, kijken we er niet tegen op. De eerste selectie is reeds gedaan en daarbij zijn de misvormingen en slechtste vissen reeds uitgeselecteerd. Al snel valt op dat de kweek van deze Pauw niet alleen Kujaku voortbrengt. Ongeveer 1 op de 30 vissen is Sakura. Dit is een Metallic Kohaku.
Deze Kujaku hebben het matsubapatroon niet vererfd. Deze variëteit wordt in Nederland slechts sporadisch aangeboden in de handel, maar kan erg tot de verbeelding spreken.
Heel af en toe vind je er zelfs een gewone Kohaku tussen. Op deze vissen is Jos ook zuinig.
Wanneer het patroon een beetje redelijk is. Alhoewel geen metallic, kan de Koi door vererving wel een erg goede huidkwaliteit voor een non-metalic hebben namelijk. Dan heb je natuurlijk nog de Kujaku zonder patroon. Dit zijn de uitermate sierlijke Gin Matsuba. Zelfs een enkele Goshiki verschijnt er nog tussen, maar deze zijn moeilijk te onderscheiden van de Kujaku zonder glans, omdat het sumi nog nagenoeg niet aanwezig is.

Bij de selectie van deze Kujaku is er nog maar weinig te zien van het daadwerkelijke matsubapatroon, maar het verraad zich al wel. Bram, die ook bij Marudoh al eens Kujaku selecteerde, weet nog een belangrijke stelregel. 'Wanneer het chobo-zumi
(de zwarte spot op het hoofd die je ziet bij jonge Koi omdat je door de hoofdhuid heen in de schedel kijkt) nog goed zichtbaar is, mag de Kujaku nog geen matsubapatroon vertonen en vice versa.'
Dit kenmerk is vooral belangrijk bij een selectie wanneer de vissen nog iets jonger zijn. Deze Kujaku hebben hun chobo zumi al bijna verruild voor een slordig ogend zwart schubbendek op de rug. Een verdere kenmerk, zo vertelt Jos, is een donkere lijn vanaf achter het hoofd tot aan de rugvin. Dit is een indicator dat het matsubapatroon daadwerkelijk door zal komen. Bij de modernere variant moeten we anders kijken. Deze bloedrode Kujaku vertonen een vrij donker kleed over het patroon dat hierdoor meer bruin is dan oranje. DIt zal later diep rood worden. Te veel zwart echter zal de Koi voorgoed besluimeren.


Wederom geen sinecure dus, maar veruit het belangrijkste is de huidkwaliteit. Het leren kijken naar de huidkwaliteit, de teri (glans) is dan ook meteen hetgene waar we het meest bedreven in zijn geraakt deze week. De huidkwaliteit zie je terug in ondermeer de borstvinnen. Deze moeten glanzen als matte ondoorzichtige spiegels. Voorts is het wenselijk dat ook het neusje en de bovenzijde van de kieuwplaten langs de schedel iets oplichten.  Als het hele hoofd een mooie glans vertoont dan heb je zeker te maken met een goede huidkwaliteit. De absolute top vertoont ook een duidelijke glans op de ruglijn vanaf de achterzijde van het hoofd tot aan de rugvin. Soms is zelfs langs de hele rugvin en ozutsu een glinstering waar te nemen. Bij extreem goede exemplaren lijken ook de schubbenrijen met ginrin belegd. Des te meer schubbenrijen richting het zijlijnorgaan deze glinstering vertonen, des te hoger de kwaliteit. Je hebt dan te maken met Meesterlijke Metallics.
Alhoewel geen wonderschone (bijna) Tancho, is de extreem goede huidkwaliteit duidelijk zichtbaar op het hoofd en op de rug.

Nu we weten waar we op moeten letten kan de sembetsu beginnen...

zaterdag 19 september 2009

Ozon

Naarmate onze vissen groeien, worden er steeds hogere eisen gesteld aan de kwaliteit van ons water. Ons bioloog wordt alsmaar zwaarder belast en daarmee wordt ook de helderheid in het geding gebracht. Bedenk dat 20 Koi van 20cm goed zijn voor een visbezetting van slechts 2,5 kilo.
Wanneer deze Koi echter groeien en de 40cm bereiken, staan dezelfde 20 visjes garant voor een slordige 22 kilo en de daaraan gerelateerde vervuiling! Het gewicht dat een Koi zal hebben bij een verder toenemende lengte is exponentieel. Met dit gegeven in het achterhoofd zul je begrijpen dat een filter constant moet adapteren aan de veranderingen die het vijverbiotoop ondergaat. Elke ondersteuning hierin is welkom. Onze filtersystemen zijn doorgaans berekend op het afvangen van vast vuil, zoals bladeren en uitwerpselen, evenals op de omzetting van ammonium en nitriet in de stikstofkringloop. Vervuiling is echter meer dan dat. Wat dacht je immers van al die andere opgeloste stoffen, zoals ijzers, fosfaten, residuen en kleurstoffen. Ook de kleinste afvaldeeltjes, beter bekend onder de noemer zweefvuil, worden door onze conventionele filters niet altijd onderschept. De aanwezigheid van deze stoffen kan doorgaans alleen worden beperkt door middel van grootschalige waterwissels. En het is hier waar één van de meest krachtigste oxidatoren van Moeder Natuur om de hoek komt kijken: ozon.


Wat is ozon? Een zuurstofmolecuul bestaat uit twee zuurstofatomen, hetgeen in de scheikunde wordt weergegeven als O2. Een ozonmolecuul bestaat uit drie zuurstofatomen en, zoals ze aan de logica verplicht is, wordt ozon in de scheikunde als O3 beschreven. Wanneer het statisch geladen ozonmolecuul in aanraking komt met iets ‘oxideerbaars’, zal de spanning uit het ozonmolecuul onmiddellijk in deze richting overspringen. Dit komt omdat ozon instabiel is en graag naar zijn oorspronkelijk vorm, namelijk twee zuurstofatomen (O2), wil terugkeren.
Het oxideren - een vorm van verbranden - kan met allerlei soorten stoffen plaatsvinden: met zichtbare en onzichtbare stoffen; met organische en anorganische stoffen; maar ook met geur- en kleurstoffen; en micro-organismen, zoals virussen, schimmels en bacteriën. Hierbij komt het derde zuurstofatoom door ontlading los van het ozonmolecuul (O3) en bindt het zich aan een andere materie, waardoor van het ozon uiteindelijk alleen nog puur en stabiel zuurstof - O2 - overblijft. In de natuur komt ozon vrij onder zeer hoge spanning, bijvoorbeeld bij onweer. Het is dan waar te nemen door de specifieke, frisse geur die hierbij vrijkomt.

lees hier het hele artikel.

donderdag 17 september 2009

Sekiguchi Presenteert...

Primeur! Aangenaam verrast was ik toen mijn wederhelft mij attendeerde op het feit dat ik een mail had met allemaal Japanse tekens. Het was een bericht van de Sekiguchi Koi Farm...
Momenteel is er een kort rustmomentje voor de gebroeders waarin ze even op adem kunnen komen. De 3e selectie (sembetsu) die zij moesten begaan dit seizoen zitten er inmiddels bijna allemaal op. De ikeage van de tosai echter, die immer als eerst geschied, staat alweer voor de deur. Veel kwekers beginnen trouwens rond 16 september met ikeage van de tosai. Als deze allemaal binnen zijn zal de rest volgen. Dat Takamitsu en Masayuki het druk hebben gehad blijkt wel wanneer zij hun resultaten aan ons doen toekomen die eveneens een ware primeur behelst!
Om af te trappen is er natuurlijk de Showa waarom zij zo bekend staan. Als derde generatie hebben de broers de lijn van Showa op formidabele wijze weten door te zetten. Zelf ben ik ook liefhebber en heb er twee zwemmen, waarbij de ontwikkeling van één dezer telgen al eerder te volgen was op deze blog onder 'Breeder Knows Best' en 'Hobby Pur Sang'. De tweede ziet u hier links afgebeeld bij aankoop als 20 cm. De Showakweek is ook dit jaar voor de geestelijke vaders van deze tri clores, naar tevredenheid verlopen. Een regelrechte primeur wordt gelanceerd wanneer Takamitsu bekend stelt dat zij naast de Showa, ook de overige twee leden van de Go-Sanke groep uit het ei hebben zien komen op de farm! Sekiguchi kweekt dus vanaf nu, ook Sanke en Kohaku! Daarmee komen zij niet alleen hun eigen toekomst tegemoet, maar ook omarmen zij hiermee de geschiedenis. Het was de oprichter van de Sekiguchi Koi Farm, Kosuke, de grootvader van het huidige kabinet op de farm, die aanvankelijk ook Kohaku en Sanke voortbracht. De nieuwschierigheid naar deze nakomelingen groeit, wanneer je weet waarvan de Oyagoi afkomstig zijn. Bij niemand minder dan Toshio Sakai werden de potentiële ouders voor dit broed betracht! Een Kohaku met Sekiguchi Rood (hi)... Er zijn nog geen foto's maar smullen doe ik nu al. Detail informatie over de kweek is tot op heden niet bekend, maar wanneer er zich meer informatie heromtrent aandiend, dan zult u hier op de Nishikigoi Novelle meteen worden bericht.
Een verdere aangename berichtgeving vind zich in het feit dat ook de kweek van Pearl Ginrin succesvol is geweest. De Pearl Ginrin is een Gin-Rin variant waarbij elke schub exclusief is belegd met een reflectering. Deze reflectering heeft oorsprong in de irridoforen, de receptoren voor glans op de huid in de schubben. Een voorbeeld vind je in de Pearl Ginrin Sanke van Bram zoals deze hiernaast wordt getoond.  In het verlengde van het voorgaande baanbrekend bericht, is er tevens het nieuws dat er nu ook gericht, heuse Pearl Ginrin Kohaku en Sanke aan het levenslicht is blootgesteld. Wauw!
Over het algemeen waren de vissen erg goed van kwaliteit, maar nog wel klein, hetgeen betekent dat de Sekiguchi Koi Farm, waarschijnlijk, meer faciliteiten nodig zal hebben om alles op te laten groeien. Dit, en het feit dat zij nu meerdere variëteiten voortbrengen kan duiden op een aanstaande uitbreiding, maar hieromtrent is tot op heden nog geen duidelijkheid. We zijn er superblij mee dat Japanse kwekers de moeite nemen ons te informeren omtrent het reilen zeilen op hun Farm in Japan en om dit vervolgens met jullie te kunnen delen.

dinsdag 15 september 2009

Een dag met Rob

M aandag 14 september had ik collegevrij en waar kan je je tijd dan het beste aan besteden? Juist ja, huiswerk... Een dag met Rob Heijmans op pad was maandag voor mij m'n huiswerk. Ik heb na mijn stage in Japan in het najaar van 2008 (wat een tijd geleden alweer zeg) bij Rob stage gelopen voor een periode van drie maanden. Tijdens deze stage heb ik onderzoek gedaan naar de druk en de zwemblaas bij Koi. Deze twee factoren zijn van groots belang voor de Koi om drijfvermogen in het water te genereren.

De zwemblaas is een met gas gevulde uitstulping van het darmkanaal, waarmee Koi hun drijfvermogen regelen. Via een verbindingsbuisje van de zwemblaas naar de darm, de ductus pneumaticus, kan de gasdruk in de zwemblaas geregeld worden. Door toename van de gasdruk zal de Koi in het water stijgen en door afname van de gasdruk zakt de vis.


Vaak wordt bij de behandeling van de zwemblaas via een naald, gas en ontstekingsvloeistof afgezogen. Het probleem bij deze behandeling is vaak dat het onduidelijk is welk volume aan gas en/of ontstekingsvloeistof uit de zwemblaas is gezogen. De zwemblaas moet namelijk weer aangevuld worden met lucht, om de verzwakte Koi weer snel aan het zwemmen te krijgen. Vaak wordt te veel of te weinig lucht toegevoegd, zodat de Koi direct naar de bodem zinkt of aan de oppervlakte blijft drijven. Een nadeel hiervan is dat de betreffende Koi weer aangeprikt moet worden om de luchthoeveelheid in de zwemblaas en daarbij het drijfvermogen aan te passen.

Door te onderzoeken bij welke (lucht)druk en volume lucht bij de zwemblaas van de Koi gebruikelijk is, kan er een beter beeld gevormd worden van gebruikelijke waarden van deze twee factoren. Met deze kennis zal de behandeling van een Koi met een zwemblaasprobleem vergemakkelijkt worden. De Koi zal uiteindelijk tijdens een behandeling eenmalig worden aangeprikt, om vervolgens de juiste hoeveelheid lucht en/of druk aan de zwemblaas te geven. Dit zal leiden tot minder ongemak bij de Koi en efficiëntere resultaten van behandelingen.

Het onderzoek is nu inmiddels afgerond en de uitkomsten zullen uitgebreid toegelicht worden in een artikel in het magazine 'Koi' van de NVN. Voor dit artikel moest ik nog wat mooie röntgenfoto's hebben. Wat kan je dan beter doen dan gelijk een dagje op pad te gaan met Rob?

Maandag zijn we bij drie particulieren in Duitsland geweest. Het eerste adres had een schitterende vijver, welke echt een geheel vormde met de rest van de tuin (wat er nog van over was, zie foto 1). Er was weinig aan de hand, de Koi hadden wat minder eetlust dan normaal. Na een slijmhuidafstrijkje werd alles duidelijk: huidwormen vielen de Koi lastig. Na een uitgebreid advies en kopje koffie gingen we naar de volgende klant. Rob was hier enkele weken terug ook al geweest en toen was het euvel al zichtbaar. Een bacterie van het soort Aeromonas had toegeslagen en de gaten op de huid waren overal zichtbaar. Een bacteriële infectie is altijd secundair, wat betekent dat er voorafgaand iets ervoor heeft gezorgd dat de bacterie kan toeslaan. In vele gevallen is dit een parasiet of slechte waterkwaliteit, wat de afweer vermindert en de kans aan, in dit geval een Aeromonas-bacterie, geeft om toe te slaan.

De eigenaar had alle vissen met wonden uit de vijver gevist en in een showvat met filter geplaatst. Elke Koi werd verdoofd, wonden schoongemaakt met waterstofperoxide, waarna er een wondzalf overheen geboetseerd werd. De wondzalf is een nieuw product van Rob en deze hecht op de open wond en door een kleine toevoeging van antibiotica werkt het ook desinfecterend en ontstekingremmend. De wondzalf wordt dus gebruikt in plaats van propolis, wat gebruikelijk is. Op beschadigde vinnen wordt echter wel gebruik gemaakt van propolis, omdat de wondzalf niet voldoende blijft hechten op de vinnen. Naast de wondbehandeling werd er ook antibiotica ingespoten om de infectie tegen te gaan. Na de uitgebreide behandeling en consult, was het weer tijd voor koffie (voor mij thee, ik houd niet van koffie) met typische Duitse Küchen, in dit geval appel- en kersentaart. Je wordt echt verwent als koidokter zeg.

De laatste klant had een probleem met kieuwwormen. Dit was duidelijk te zien aan de slijmerige kieuwen en het snelle ademhalen van de Koi. Via de microscoop heb ik een filmpje van een volwassen kieuwworm gemaakt, welke van de slijmhuid van de kieuwen aan het eten is.
Tevens bevond zich hier een Koi met zonnebrand, zeer apart om te zien. De schubbenrij boven op het lichaam was gewoon totaal verdwenen.

Rond een uur of zeven waren we weer bij Rob op de kliniek. Tijdens het rijden tussen de klanten door heeft Rob nog even het artikel doorgelezen wat we samen gaan publiceren. Met een paar kleine aanpassingen en de toevoeging van de röntgenfoto's zal het een interessant stukje tekst worden. Jullie kunnen het allemaal lezen in een van de volgende uitgaven van 'Koi'.

maandag 14 september 2009

Koi Wijzer 39, Ode aan de Goudvis

Goudvissen saai of doorsnee? Verkondig dat maar eens in China, Maleisië of Singapore. Daar is de goudvissenhobby GROOT en wordt de Koi maar op bescheiden schaal gehouden. Hoewel de goudvis ook in Nederland het meest gehouden huisdier is, wordt deze oranje karperachtige hier sterk ondergewaardeerd. Wij van Koi Wijzer willen het tij keren door te laten zien dat dit onterecht is. Van parelschub tot Ryukin: de goudvis mag er zijn!

























In deze ‘Ode aan de Goudvis’ vertellen wij over de geschiedenis van de goudvis, die veel parallellen blijkt te hebben met die van de Koi. Een stukje over de verzorging mag natuurlijk niet ontbreken. In de ‘carassius kakafonie’ passeren vervolgens alle variëteiten de revue. Met de mooiste foto’s van ’s werelds meest gerenommeerde goudvisfotografen. We sluiten deze special af met een artikel van een Chinese goudvissenkweker over sluierstaarten in China en Japan.
In Koi Wijzer 39, Ode aan de Goudvis lees je verder ook:
Ichiban daisetsu
Bram over het kweken van Koi
Nieuw: de Yuki Asagi
Als een glinsterende diamant
Hi, hi, hi
De kleur rood in al haar facetten
Watersense
Een neus voor goed water
Saki Hikari Tategoi Competitie
Een overzicht van alle deelnemers
Het geheim van de Hollandse garnaal
Garnalen als delicatesse voor de Koi
Ruisend riet, dobberende waternavel
Rini's ode aan zijn groene vrienden
Stofwisseling bij planten
Assimilatie vs. dissimilatie
De quarantainebak
Geen luxe maar noodzaak
De reis van mijn leven
Frits over zijn reis met Koi Travel
Tot kunst verheven
Koi van Belgische bodem
De vijver van Chris en Laura
Tuin en vijver als één geheel
Opstartperikelen
Erik over zijn loopbaan als hobbyist
De living jewels naar de kroon gestoken?
Eugène over de arowana-mania
Uitgefilterd: 'pech'
Beginnersgeluk of domme pech?
En verder...
Prijsvraag Koi Wijzer 39
Uitslag Koi Wijzer Cover Model Contest
Uitslagen De Nationale Koi- en Vijverdagen 2009
't Wereldje
KoiFlits
Koi Wijzer 39 verschijnt 26 september 2009.

zondag 13 september 2009

Tegen Beter Weten In

De laatste uurtjes. Morgen om vier uur in de te vroege ochtend gaat mijn wekker af. De vakantie is voorbij. Drie weken leken er slechts één, maar dat is goed. Dan heb ik het naar mijn zin gehad. Of ik uitgerust ben? Ik voel met echt niet anders dan ervoor, zo steek ik ook niet in elkaar. Ik heb graag iets te doen, vakantie of niet. Meestal heeft dat 'iets' met Koi te maken, soms, naja oké, heel soms ook niet. Mijn vakantie begon met de Holland Koi show 2009 en na een weekje op een Koi farm in Polen waar Bram en ik veel plezier hebben gehad, maar ook erg veel hebben geleerd met de selectie van onder andere Go-Sanke, Doitsu Hariwake, Doitsu Ochiba, Kujaku, Yamatonishiki en zelfs Yuki Asagi, was het, zo vond de vrouw, toch echt tijd voor some real time off without nishikigoi. Hier stemde ik mee in. Tegen beter weten in. Naar Centerparcs dan maar. Het fototoestel in playmodus toont een aantal kliekjes van onze zoon. Een enkele van een zelfgenomen familieportret en 4 van die standaardfoto's van het huisje. Dan komen er 14 foto's van Koi. Er zwemmen namelijk Koi in Centerparcs, je kent ze wel. Vaal gekleurde, veel te dikke Koi in een jasje van shimi. Verdorie wat een slechte Koi zeg. (foto 1)
Er zwemt één purachina die mijn oog aanvankelijk wel streelt, maar zodra ik dichter bij kom dan 10 meter wordt die illusie teniet gedaan. De schubben staan schots en scheef, de staartvin is uberhaupt niet meer. Bah. Een Chagoi schuurt haast met zijn buik over de bodem zo lijkt het en een  Showa steekt even achteruit, zodat hij kan keren. Natuurlijk is mijn wederhelft de komende 3 terrasjes, 2 whiskey en een diner mijn klankbord voor het uiten van mijn gedachten hieromtrent. Maar even zwemmen dan. Altijd leuke zwembaden, met glijbanen en een stroomversnelling. Die brengt trouwens echt wel veel zuurstof in het water. Alleen jammer dat ze nog steeds met chloor werken. Waarom niet met ozon, dat is tien keer desinfecterender, geheel natuurlijk en geeft geen rode ogen. (indien veilig gebruikt). Zouden ze hier ook zo een vitaliserding gebruiken? Wanneer we opdrogen en van een ijsje genieten lees ik de Quest en kom ik een stukje tegen over Mozart en Koi. Eenmaal in het huisje doet de vrouwe even een dutje terwijl ik aan een artikel voor de KOIWijzer werk. Als we gaan midgetgolven op een baan met fantastische grote keien en granieten bankjes, bedenk ik me hoe dit alles zou staan in en rondom een mooie Koi vijver. (op  foto 2 zie je overigens niet alleen de mooie keien, maar ook mijn wederhelft zoekend naar haar golfbal in de bosjes)
Een dagje naar een Zoo dan maar. Eenmaal tussen de vogels en de aapjes stuitten we op hele grote statige vogels met een rode stip op het hoofd. Het is de heuse Tancho. De Kraanvogel. (foto:3) Terwijl ik moeders eraan herrinner dat deze voor eeuwige trouw staan, maak ik wat foto's van deze magnifieke dieren. Als we verder lopen en ik onderweg het toepasselijke Tancho knuffeltje van mijn zoon oppak, dat ik op de HKS kocht, zie ik een bordje staan. 'Japanse Koi'. Mijn nieuwschierigheid is gewekt en ik loop vluchtig door. Het bordje spreekt ervan dat de Japanse Koi een karper is die gekenmerkt wordt door een lange rugvin en de aanwezigheid van baarddraden. Waar halen ze het in Godsnaam vandaan!! Op zoek naar de Koi dan maar. Zonder er al te veel woorden aan vuil te maken wil ik zeggen dat ze het in Centerparcs plots zo slecht niet leken te doen.  Een handjevol slechte Kabuto Koi (ghostkoi), een kromme Chagoi en een Orenji Ogon met de glans van een vuile vaatdoek zwemmen door een mager aangelegd vennetje. Bah! (foto 4)
Uit eten naar een Chinees restaurant dan maar. Ik was hier nog nooit, maar bij binnenkomst zie ik al enig water. Weer die Centerparcs Déjavu allen hadden deze vissen naast de nodige eiwitten ook TjapTjoy op het menu, maar dat heeft hun body niet geholpen in het 40 cm diepe grintbakje. Log, dik, vet en lelijk. Bah! Op de menukaart kon ik ze echter niet terug vinden. De Koi kunnen er niets aan doen en medelijden bekruipt me.
Of ik uitgerust ben? Ik voel me niet anders dan ervoor, zo steek ik ook niet in elkaar, maar allemachtig wat ben ik weer toe aan een normale werkweek. Mijn eigen vijver, dealers en  goede Koi... ach soms moet je even bitter proeven om zoet te kunnen waarderen....
 
Nishikigoi Novelle en de gehele inhoud van http://koiquest.blogspot.com wordt beschermd middels copyright. Niet in enige vorm mag er publicatie plaatsvinden zonder expliciete toestemming.