Fish

vrijdag 31 juli 2009

Vreemdgaan bij Yammamatsu...

Afgelopen zaterdag, de 25e, ben ik voor één dag werknemer van Yamamatsu Koi Farm geweest. Ik had Toshiaki Sakai, nu de baas van Yamamatsu, ontmoet tijdens de Nationale Koi en Vijverdagen van Koi2000 van dit jaar. Samen met Tiebo Jacobs heb ik, met behulp van Rob de Vos, Toshiaki Sakai en Takimitsu Sekiguchi geïnterviewd voor de Koiwijzer. Dit interview zal in de volgende Koiwijzer verschijnen. Ik had hem toentertijd gevraagd of ik nog een keer mee mocht helpen, of zelfs voor een langere periode. Met toestemming van Marudo zou het geen probleem zijn, zei hij. Zo gezegd, zo gedaan, en zaterdag was het dus zover. Met een pak stroopwafels, de Koiwijzer en een fles jenever in mijn rugzak werd ik afgezet bij het koihuis van Yamamatsu vlakbij Nagaoka. Het was Richard, een vrijwilliger van de show, welke Takemitsu-san en Toshiaki-san jenever voorschotelde op de feestavond. Volgens mij beviel het ze wel en Richard heeft mij dan ook twee flessen meegegeven om ze cadeau te doen. De ene fles aan Sekiguchi heb ik trouwens meegegeven aan de broer van, welke ik tegenkwam tijdens een zending van Ornafish.

Maar goed, genoeg gepraat over jenever, ik ben natuurlijk niet voor niks naar Yamamatsu gegaan. Een dagje sanke-sembetsu zou het worden. Naast het koihuis liggen naar schatting 15-20 mudponds, welke langs de zijkanten met vijverfolie bedekt zijn. De vijvers zijn met folie bedekt om het lekken tegen te gaan. De bodem is dus wel gewoon open, welke van klei is. De vijvers zijn gevuld met grondwater, wat na oppompen door een klein filter gaat en vervolgens rechtstreeks de vijver in. Op mijn vraag of het water van goede kwaliteit is, was het antwoord: Mwa, mwa. Het kan dus beter, ondanks dat er supervissen uit deze vijvers komen. Maar zo vindt elke kweker wel dat er wat te verbeteren valt. Het voordeel van deze vijvers is dat ze heel makkelijk af te netten zijn. Zelfs zo makkelijk, dat Toshiaki-san het in zijn eentje kan. De eerste vijver werd echter met behulp van zijn vader, Toshiuky afgevist. Toshiuky is de broer van Toshio Sakai, welke samen de befaamde Matsunosuke-bloedlijn hebben ontwikkeld. Dit gebeurde destijds met een vrouwelijke magoi van 130 cm, welke met verschillende mannelijke Sanke op natuurlijke wijze gekweekt hebben. Na de derde generatie oyagoi begon zich pas een echte sanke te ontwikkelen, in plaats van een Ochiba Magoi (magoi met rode patronen), zoals Toshiuky deze beschreef. Het is inmiddels 25 (of 30) jaar geleden dat ze hiermee begonnen zijn. De grondleggers van bijna alle Sanke van tegenwoordig.

Toen was het tijd voor de sembetsu. Na enkele voorbeelden van goede sanke, mocht ik aan de slag. Ik moet zeggen dat deze sanke bijna gelijk zijn van uiterlijk aan de sanke van Marudo, bij deze lengte. Dit is ook niet zo raar, als je weet dat Marudo met de Matsunosuke bloedlijn werkt. Tijdens de sembetsu vertelde Toshiaki-san mij dat je goed het verschil kan zien qua glans tussen verschillende vissen. Als je erop let, valt dit inderdaad erg op. Deze glans is te zien op de schouders van de koi, achter de kop en valt vooral op als deze wit of oranje is. De koi die deze glans het meeste tonen, tezamen met een goed patroon, zijn de beste koi van dit moment. Het lijkt af en toe net metallic, zo glanst het. De kego waren trouwens allemaal tussen de 2 en 6 cm, met de uitzonderingen daarbuiten gelaten. Qua leeftijd en lengte is het te vergelijken met Marudo. Al mogen er bij de selectie van Yamamatsu geen Aka Bekko, Shiro Bekko en Kohaku door, welke bij Marudo wel doormogen, als deze voldoen aan de selectiecriteria natuurlijk. In totaal heeft de farm trouwens iets van 60 tosaivijvers, welke voor 80% gevuld zijn met Sanke, dit komt dus op ongeveer 48 vijvers uit. De rest van de vijvers zijn gevuld met Kohaku, Showa, Ginrin Kohaku, Ginrin Showa, Asagi, Shiro Utsuri en sinds dit jaar ook Yamabuki.

De vijver welke was afgevist voor de sembetsu, was gevuld met ongeveer 50.000 Sanke kego. De sembetsu werd uitgevoerd door Toshiaki, Toshiuky en mij. In totaal dus maar drie personen, de rest van de staf had een rustdag. Bij Marudo doen we de sembetsu met acht man, waardoor ik deze dag veel meer vissen heb geselecteerd dan ik normaal doe. In totaal hebben we bijna twee vijvers geselecteerd. Bijna, omdat het tijd was om naar huis te gaan en de rest zou op zondag gedaan worden. Rond de 80.000 stuks zijn er wel geselecteerd door ons drieën. Dit betekent dat ik toch wel zo'n 20.000 stuks langs mijn ogen heb zien gaan. Moet je je eens voorstellen om dit elke dag te doen. Dat doe ik nu dus, al is het op een iets kleinere schaal. Wat me het meeste is bijgebleven van deze dag is het enthousiasme en behulpzaamheid van Toshiaki-san. Hij verteld alle tips en info met zoveel energie en enthousiasme, deze dag was echt een mooie ervaring.

Tot de volgende update!

donderdag 23 juli 2009

Yuki Asagi

Als watergeoriënteerd en kennisland, is Nederland rijk aan een handjevol professionele kwekers van Koi. Om de vraag te beantwoorden of de koi, die al dan niet tot verwolwassening komen op Neerlands klei, de moeite waard zijn om aan te kopen, zeggen foto's meer dan een duizend woorden. Ik wil specifiek de volgende Koi dan ook onder de aandacht brengen.

De koi die je hier ziet is de Yuki Asagi. Yuki, in al haar toepasselijkheid, betekent 'sneeuw'. De spirituele vader van deze Koi is Jos Aben, van A&C Vijvers en Koi te Grubbenvorst. Op deze Limburgse klei heeft deze sneeuwwitte asagi haar foerageergedrag gulzig vorm mogen geven en niet zonder resultaat. Deze blozende witte, zag het daglicht voor het eerst, na een kruizing tussen Matsukawabake en Chagoi. Deze offspring behelsde onder andere chagoi met een wit gedefinieerd schubbenpatroon. Deze exemplaren werden vervolgens weer gekruist met een Ginrin Asagi. De kinderen van deze kweek worden onderling weer gekruisd met elkander om tot de uiteindelijke Ginrin Yuki Asagi te komen. Het Ginrin is niet essentieel in deze, maar geeft deze Koi wel juist dat chic en elegant effect. De gracieuze verschijning doet dan ook denken aan een glinsterende diamant.
Zes jaren zijn er gepasseerd sedert Jos is gestart, met het trachten te stabiliseren van deze variëteit. Uit een kweek brengt hij nu circa 20 procent eigenlijke Yuki Asagi voort. Toch legt de man die altijd vlaai klaar heeft staan voor zijn bezoekers de lat nog hoger. Nog eens vijf jaren trekt hij er dan ook voor uit om tot een succespercentage te komen van 70 procent en uiteindelijk hoopt hij zonder tussenkomst van interimme kweekvormen, de Yuki Asagi te kunnen voortbrengen uit zuivere ouderdieren. Ook in Japan is de Yuki Asagi wel eens verschenen, maar zelden met de voor de asagi zo typerende rode tekening langs de flanken en op de wangen (agi hi) en als doelgerichte en stabiele variëteit hebben wij haar nog nimmer gade geslagen. Misschien de ultieme poging je wederhelft warm te laten lopen voor de hobby? Diamants are a girls best friend…toch?

woensdag 22 juli 2009

Jinko-time!

Jinko-time, tijd voor jinko? Het woord jinko zal jullie waarschijnlijk weinig zeggen, mij ook niet tot een paar dagen terug. Jinko betekent niets anders als 'kunstmatig'. Bij een koikwekerij betekent dit dus kunstmatige voortplanting! In de afgelopen paar weken heb ik hier nu wel enkele natuurlijke kweken meegemaakt, maar jinko is dus van een heel ander kaliber. Bij natuurlijke voortplanting wordt er een vrouwelijk ouderdier met twee of drie mannelijke ouderdieren in een vijver geplaatst met daarin een hele hoop paaiborstels. Dan is het gewoon een kwestie van afwachten of er de volgende dag kuit in de borstels hangt en deze bevrucht zijn. Dit is op de Marudo Yorijyo nu gebeurt met Yamabuki en Ginrin Kohaku in de tijd dat ik hier nu ben. Gisteren was het de tijd aan Kohaku en Sanke, waarbij het kuit dus kunstmatig bevrucht zou worden. Het begon allemaal op dinsdag 21 juli, waarbij een messe (vrouwelijke) Hoshikin Kohaku samen met twee osse (mannelijke) Kohaku van Takeda en Nogami samen in een vijver in een koihuis geplaatst werden. In een andere vijver werden een messe Marudo Sanke met twee osse Sanke van Momotaro en SFF geplaatst. De vijvers zijn betonnen binnenbakken met daarin een blauw zijl, welke een dag ervoor gevuld is met bergwater. Tevens hangen er in deze vijvers enkele paaiborstels, om te zien of er al enige activiteit (kuitafzetting) heeft plaatsgevonden.

Nu is het dus een kwestie van afwachten. Gedurende de dag werd er af en toe wel naar de vissen gekeken, maar volgens Hisashi-san kon ik ervan uitgaan dat de koi pas rond een uur of twaalf 's nachts echt actief worden. Gedurende de dag nog een kohaku sembetsu gedaan en vele tosaivijvers gevoerd. Daarna naar de Beisia, dit is een enorm grote supermarkt, welke tevens kleding verkoopt. Bij de Beisia flink wat sushi, nootjes en bier ingeslagen om richting de oyagoi te gaan. Naast het koihuis staat het oude huis van de familie, waar we op ons gemak konden wachten op het kuitschieten. Elk halfuur werden beide vijvers gechecked. Hierbij werden de kuitborstels bekeken, om te zien of er al enig kuit op was te vinden. Na twee Japanse films en vele snacks was het 12 uur en ging ik eens de kuitborstels checken, nog geen kuit te vinden, maar de kohaku waren wel flink actief. Om 0.30 was het dan zover, de Kohaku had wat kuit geschoten. Gelijk werden beide mannetjes in een andere vijver geplaatst en pas een uur later zou het kuit worden afgestreken van het vrouwtje. De reden hiervoor is dat het kuit nu kan rijpen. Bij natuurlijke bevruchting geeft het vrouwtje steeds kleine beetjes kuit, over een lange tijd, waardoor het kuit genoeg tijd heeft om te rijpen. Bij kunstmatige bevruchting wordt al het kuit in een keer afgenomen, waardoor deze niet kan rijpen. Om 1.30 was het dus zover. Het vrouwtje werd verdoofd, omgekeerd met buik naar boven en daar vervolgens ringer (http://db.cbg-meb.nl/Bijsluiters/h51694.pdf ) -oplossing over gegoten. In de tussentijd werd er een kom, welke aan de binnenkant was ingesmeerd met vaseline klaargezet. De vaseline zorgt ervoor dat het kuit niet gaat plakken aan de kom. Drie, twee, een: de koi werd omgedraaid en het kuit kwam er gelijk uitstromen. Na wat extra aandrukken en afstrijken was het meeste kuit wel afgenomen en de koi werd weer terug in de vijver gezet. Direct hierna werd het eerste mannetje gevangen en verdoofd. Ook deze werd omgekeerd en ringer vloeistof over de buik en geslachtsdeel gegoten. Vervolgens werd er met een spuit hom (sperma) afgenomen en een klein deel hiervan werd met een microscoop gechecked of er wel beweging in zat. Naast een grote bak, gevuld met water, stonden frames met daarin paaiborstels geknoopt. Deze frames werden in het water gelegd. Vervolgens werd in een metalen cup, welke ook volledig met vaseline was ingesmeerd, gevuld met enkele scheppen kuit, een ml hom en vervolgens wat ringer-oplossing. Deze werd kort gemixed en vervolgens over de kuitborstels verdeeld. De frames werden aan beide kanten besproeid met kuit.

In een uur tijd is al het kuit (naar schatting 400.000 eitjes) bevrucht met hom van twee mannetjes en over de paaiborstels verspreid. Deze paaiborstels werden vervolgens gelabeld en in een vijver gehangen. De vrouwelijke en mannelijke kohaku ouderdieren werden trouwens weer samen uitgezet, waarbij ze, na uit de verdoving ontwaakt te zijn, weer vrolijk verder gingen met het bevruchtingsritueel. Om 2.30 lagen we weer met z'n drieën voor de tv, dit keer voor een actiefilm met Leonardo di Caprio, welke in het Japans nagesynchroniseerd was. Echt irritant om te volgen, gelukkig was de actie er niet minder om en was het een goede film om wakker bij te blijven. Om 3.30 hadden de Sanke er pas zin in, gelijk werden de mannetjes gescheiden van het vrouwtje. Rond 4.30 werd hetzelfde ritueel herhaald als bij de Kohaku, waarbij wel minder kuit werd afgestreken dan bij de kohaku. Het was dus pas 5.30 voor we klaar waren met de kunstmatige bevruchting van twee ouderparen.

Na een snelle noedelhap was het tijd om naar bed te gaan. Rond 12.00 weer wakker en gelijk de vijvers met oya gechecked, wat een kuit er nog uitgekomen is zeg. De extra paaiborstels welke erin gehangen zijn na de kunstmatige bevruchting zaten allemaal onder het kuit. Niet veel later zijn de ouderdieren uitgezet in de mudponds. Daarnaast kregen de eitjes een behandeling met malachietgroen om schimmelvorming tegen te gaan. Nu is het dus weer een kwestie van wachten voor de bevruchte eitjes uitkomen, iets van 3-5 dagen afhankelijk van de temperatuur. Jullie zullen het wel kunnen lezen op dit blog!

maandag 20 juli 2009

Eénmaal, andermaal...

Afgelopen vrijdag, 17 juli, ben ik naar de wekelijkse nishikigoiveiling in Ojiya geweest. In de meeste koiboeken staat van het veilinghuis wel een foto. Ik rijd er bijna dagelijks langs voor werkzaamheden op de Marudo koifarm, nu werd het dus eens tijd om een bezoekje aan de veiling te brengen. Toen ik aan Hisashi-san vroeg wanneer de eerstvolgende veiling was, was het donderdag. Ja, volgende week mag je er wel heen. Blijkbaar was hij `s avonds van gedachten verandert, want ik zou dus de volgende dag al een kijkje mogen nemen. Hij had het ook nog over vrijdagochtend wat koi inpakken, maar waarvoor werd me niet helemaal duidelijk. Op vrijdagochtend werd het me dus wel duidelijk. De vissen die we inpakten, gingen dus richting de veiling! Ik heb die Hisashi-san dus wel zover gekregen dat hij ook Koi op de veiling in ging zetten. De Koi waren niet zo bijzonder, nisai asagi, purachina (platinum ogon) en gin matsuba van max 20 cm, maar dat mocht de pret niet drukken: We gingen namelijk naar de auction! In totaal 5 zakken ingepakt met 20 stuks Koi.

De koi hebben we om 9.00 `s ochtends naar het veilinghuis gebracht, de veiling zou pas om 13.00 beginnen. Gelijk nadat de vissen weggebracht waren onszelf flink ontsmet met chloor en alcohol, om vervolgens de voederroute te starten. In zeven verschillende gebieden heeft de Marudo Yorijyo 56 tosaivijvers, dat betekent elke dag veel kilometers maken om deze koi te voeren. Rond 11.30 een tussenstop gemaakt bij een Ramen-restaurant in Ojiya om daarna thuis in Nagaoka even bij te komen. Ramen is trouwens noedels in een bouillon, welke in vele variaties aangeboden worden. De enige ramen versie die ik ken is standaard ramen en chashu (varkensvlees) ramen, dus het wordt altijd chashu ramen als ik moet bestellen. Dit is een ramen met soyasaus bouillon, varkensvleesrollade, bosuitjes, bamboescheuten en een velletje nori. Altijd goed!

Maar nu even verder over de veiling, rond 12.30 ging ik, nu dus alleen, met de kei-truck richting veilinghuis. Wat een berg vissen dreven daar in plastic zakken rond in de naastgelegen vijver! In totaal ongeveer 300 zakken bleek later. Even snel foto`s gemaakt en toen maar eens binnen een kijkje genomen. Al snel herkende ik Taro Kataoka (Oya koifarm) en Kazuhiro Hoshino, welke ik op de feestavond van de Airinkai (ZNA show van afgelopen november, waar de Momotaro Sanke van 106 cm GC is geworden) heb ontmoet. Samen met nog iemand zouden zij de veilingmeesters zijn.

Om 13.00 begon dus de veiling. Als je dit voor het eerst hoort en ziet, weet je niet wat je meemaakt:

Dit ging dus aan een stuk door tot de veiling was afgelopen rond 14.15. Na een tijdje begreep ik hoe het bieden werkte, toen viel het me ook pas op voor wat voor bodemprijzen de meeste vissen weggingen. Gemiddeld werden de zakken voor 3000 yen (24 euro) verkocht. En dan krijg je 5 Koi van 40 cm of 100 tosai van 8 cm. Daarbij moet ik wel zeggen dat de meeste Koi niet echt bijzonder, eerder lelijk zijn. Dit wordt in Japan ook wel chupakoi genoemd. Koi voor goedkope boxverkoop dus. Voor deze prijzen kan het het natuurlijk ook wel waard zijn. Na een tijdje kwamen er opeens goudvissen langs en de prijzen vlogen omhoog. 10.000 Yen, 12.000 Yen. Het waren gewoon de duurste vissen, totdat er een leuke Shiro Utsuri van rond de 65 cm langskwam, welke voor in de 18.000 Yen verkocht werd. Dit was uiteindelijk ook de duurste vis, met de goudvissen op de tweede plaats. De getoonde Koi waren niet echt bijzonder, wel redelijk wat publiek aanwezig met een paar grote kopers. Wel weer een ervaring rijker. De Koi van Marudo zijn trouwens voor 1.000 Yen (8 euro) van eigenaar verwisseld. Acht euro voor 20 standaardkwaliteit vissen, niet verkeerd zou je zeggen. Eer deze in NL zijn, is de prijs echter alweer ver-40-dubbeld.

woensdag 15 juli 2009

Sembetsu Time!

herkent u een toekomstig GC?

Het is alweer de 15e, tijd voor weer een update. Ik heb gehoord dat de KoiWijzer ondertussen is uitgekomen, ik hoop dat mijn artikel over de chemische waterkwaliteit van de Japanse mudponds in de smaak is gevallen. Mocht je nog vragen hierover hebben, stuur ze dan maar in een persoonlijk bericht. Hier op de Marudo Yorijyo zijn we bijna alleen maar bezig geweest met de sembetsu, dus de selectie van nishikigoi. Daarnaast hebben we zondagmiddag één vrouwelijke Yamabuki samen met drie mannelijke Yamabuki bij elkaar gezet om op een natuurlijke wijze te kweken. Maandagochtend lagen de kuitborstels vol met kuit, waarvan ongeveer de helft bevrucht was. In totaal ongeveer 100.000 stuks. Vandaag (15 juli) hebben we een vrouwelijke Kohaku met twee Ginrin Kohaku's in een vijver gezet, ook voor natuurlijke bevruchting. Bij de eerdere kweken is wel van kunstmatige bevruchting gebruik gemaakt, om zo het bevruchtingspercentage van het kuit te verhogen naar minimaal 80%. Dit is naar mijn weten alleen bij de Go-sanke gebeurt, wat de belangrijkste kweken zijn van de Marudo Koifarm. Sinds gisteren is het echt beter weer geworden, vandaag was het zelfs 33 graden met wat lichte bewolking. Jammergenoeg was ik mijn zwembroek vergeten, anders had ik die aangetrokken ipv een benauwd waadpak. Ik heb de werknemers wel weer één van mijn bijnamen hier op de farm herinnert, namelijk Bruce Willis. Deze naam heb ik gekregen omdat ik vorig jaar met het warme weer in een wit hemd liep, waardoor ik natuurlijk erg op Bruce Willis ga lijken ;). Vandaag dus flink gezweet in het waadpak, maar het is even niet anders. Ik zal eens wat meer over de sembetsu vertellen. In mijn eerste artikel in de Koiwijzer heb ik live vanuit Japan verslag gedaan van de Sanke sembetsu, waarvan ik de latere selectieronden heb meegemaakt hier op de Marudo koifarm. Nu maak ik dus de eerste ronden mee, waardoor ik dus alle ronden nu ga meemaken, wel verdeelt over twee kweekseizoenen dus. De eerste selectieronde van de Go-sanke gebeurt 30 tot 40 dagen nadat de kego (jonge koi) uit hun eitjes gekropen zijn. Ik heb nu dan ook alleen nog maar Go-sanke geselecteerd, de rest (o.a chagoi, karashi, ginrin ochiba, kujaku, purachina, yamabuki, mukashi ogon, ginrin kohaku) zal ik hopelijk later tijdens mijn verblijf hier nog eens kunnen doen.


Na 1 maand tijd zijn de jonge tosai gemiddeld rond de 3 cm. Per vijver, waarbij de bezetting natuurlijk verschilt, is er wel verschil te zien. Zo was er bij een Sanke sembetsu bij twee naastgelegen vijvers een bezetting van ongeveer 80.000 en 100.000 kego. Dit wordt dus geschat door Hisashi-san bij het afvullen van plastic zakken welke uitgezet worden in de vijvers. Er was dus duidelijk een gemiddeld verschil van minimaal 0.5 cm, wat voor deze leeftijd en lengte natuurlijk wel een groot verschil is. De vijver waarin de 80.000 stuks zwommen, zijn er 2.500 na selectie overgebleven, terwijl van de andere vijver er 5.500 overbleven. Nu zijn de grotere sanke (ongeveer 300 stuks) van deze vijver bij de andere vijver geplaatst. Bij de kleinere koi (1,5-2,5 cm) is het ook veel moeilijker om te bepalen hoe deze zich gaan ontwikkelen, waardoor de twijfelgevallen altijd doormogen naar de volgende ronde. Deze eerste selectie is dus, naar de getallen gekeken, best wel streng. Maar het moge duidelijk zijn dat er veel twijfelgevallen bijzitten, welke in de tweede selectieronde (waarbij de koi dus gegroeid zijn) waarschijnlijk afvallen. Deze sanke zijn trouwens van een nieuwe oyagoi, waarvan dit dus de eerste kweek is. Deze oya heeft naar schatting 700.000 kego voortgebracht, wat erg veel is. De mannelijke ouderdieren zijn een sanke van Momotaro en een Yamamatsu sanke met Matsunosuke bloed. De kego zijn verdeeld over 15 vijvers, welke na de verschillende selectieronden bij elkaar gezet worden. Hierdoor ontstaat er weer ruimte om de nieuwe kego van latere kweken in uit te zetten.

Een voorbeeld van de Sanke; Deze sanke mogen naar de 2e ronde


Zo heb ik vandaag samen met Hisashi-san en Keiko-san (oudste dochter van Hisashi) veel mannelijke oyagoi uitgezet in de moddervijvers. Echt een machtig gevoel om deze grote jongens in mijn handen gehad te hebben. Tevens ook twee grotere vrouwelijke ouderdieren verhuisd van het kweekhuis naar een binnenvijver in een ander koihuis. Deze oyagoi hadden dit jaar geen kuit gegeven, ze waren ook superslank. Het was ook hun verwachting dat deze twee geen kuit zouden schieten, ook geen poging gedaan, en nu willen ze deze in de binnenvijver vetmesten voor volgend jaar.

Tijdens het afvissen van de tosai mudponds komen er natuurlijk niet alleen koi uit de vijvers. Naast allerlei draadalg, eendenkroos en andere waterplanten ook mizukamakidi (water mantis in het engels, ze lijken een beetje op wandelende takken), kikkers tot 45 cm groot (uitgerekt dan wel) en enorm veel kikkervissen (van die dikkoppen). Die mizukamakidi eten kleine koi op, tot ongeveer een cm of 1,5. Ik heb gezien dat zo'n wandelende tak een kleine kujaku van 1 cm in zijn bek had. Deze heb ik uit het water getild en zijn nek omgedraaid, de koi heeft het volgens mij nog overleefd ook. De kikkers zijn echt groot en eten ook koi op. Het mag dus duidelijk zijn dat al deze predatoren het niet overleven als ze uit het water gevist worden. Alle mizukamakidi worden doormidden gebroken en bij de kikkers kan ik mijn voetbal skills ook weer tentoonstellen, wat ze wel mooi vinden hier. Elke vijver wordt twee keer afgevist en dan in een groot verzamelnet geplaatst, waaruit steeds koi worden genet om te worden geselecteerd. Meestal worden er twee vijvers per dag afgevist, waarmee we dan de hele dag bezig zijn met ongeveer 6-8 man. Hierbij wordt dus ook hulp van buitenaf gevraagd, oude vrouwtjes tussen de 60 en 70 jaar zijn hierbij erg populair. Na elke eerste sembetsu worden de vijvers omheind met een net, zodat reigers, kraaien, wasberen en andere predatroren geen kans hebben.

Het moge duidelijk zijn dat alle tosaivijvers (56 stuks) dagelijks gevoerd worden. Dit gebeurd met een meelvoer bij de jonge kego, de kego vanaf 2 cm wordt gevoerd met hetzelfde meelvoer wat gemixed wordt met water, zodat het vaster blijft en de vissen vanaf een cm of 3 worden gevoerd met kruimelvoer. In een later stadium zullen deze klein zinkend korrelvoer gevoerd worden. Sommige vijvers worden niet gevoerd, omdat deze erg veel zooplankton (dierlijk plankton) bevatten. Dit zijn vooral de vijvers waarbij de kego net is uitgezet. Zo'n vijver is dan ook erg helder, de zooplankton eet namelijk de fytoplankton (zweefalgen). Na een paar dagen verandert zo'n vijver dan ook van helder in groen water, omdat de algen weer kunnen groeien zonder opgegeten te worden. Algen nemen door fotosynthese ook caroteen op, wat het rood stimuleert bij koi. Een vijver met kohaku moet dus groen zijn, anders heb je na een tijd shiro muji's. Showa's groeien hier vooral op in het Horinouchi-gebied, welke een hoge pH heeft (zie koiwijzer). In deze vijvers heeft Marudo een tijd geleden ook Kohaku op laten groeien, hier kwamen dus bij de derde selectieronde alleen maar shiro muji's uit. De bodem bestaat hier ook vooral uit gesteente, wat dus kennelijk een negatief gevolg heeft voor de kohaku.
De kohaku sembetsu vind ik het makkelijkste van de go-sanke. Dit komt vooral doordat het maar twee kleuren zijn en de patronen een stuk makkelijker te herkennen zijn dan bij showa en sanke. Bij showa en sanke is er erg veel sumi aanwezig, welke wegtrekt bij het groter worden van de koi. Hierdoor is het vaak lastig om het verschil tussen sumi (veschillende grijstinten) en het shiroji (lichtgrijs) te onderscheiden. Het is dus vooral het aanwezig zijn van shiroji (wit) en of het hi (rood) goed verdeeld is over het lichaam. Bij sanke mag er weer geen sumi op het hoofd zijn en mag het sumi weer niet teveel op showa lijken. Nu ik over sanke schrijf, moet ik aan een opmerking van een bencher (persoon die op een koishow de koi meet en in de juiste klasse indeelt) denken. Hij zag een Aka Sanke (bijna Aka Bekko) van Tiebo in het showvat en vroeg of deze een Israel koi was, omdat deze niet selecteren. Aka sanke zou namelijk uitgeselecteerd worden in Japan, niets van waar dus. Hier heb ik verschillende Aka en Shiro Bekko's door de selectie heen zien komen. Ik vind deze vissen persoonlijk erg aantrekkelijk. Bij de sembetsu komt het er vooral op neer om de koi in het groot te zien. Zou het patroon van deze Koi goed lijken op een volwassen vis? Als je er zo naar kijkt, ondanks bijv. het sumi wat nog kan veranderen, wordt het al een stuk duidelijker om te beoordelen of een vis door mag naar de volgende ronde of niet. Desondanks blijft de sembetsu nog een hele opgave.

Ik heb weer genoeg geschreven voor vandaag. Morgen weer om half zes op, vissen inpakken.
O-yasumi nasai (weltrusten)

dinsdag 14 juli 2009

Karper als model in Botonderzoek

Aan de afdeling Organismale Dierfysiologie van de Radboud Universiteit Nijmegen wordt botonderzoek gedaan aan schubben van karper en zebravis. Er zijn verrassend veel overeenkomsten gevonden tussen de aangroei van schubben en van menselijk bot. Schubben blijken in feite kleine botplaatjes te zijn, waarin net als in menselijk bot calcium ligt opgeslagen. De onderzoekers in Nijmegen bekijken nu of schubben als model kunnen worden gebruikt om medicijnen tegen botziekten, zoals osteoporose op te testen. Het gebruik van vissenschubben voor dit type onderzoek heeft vele aantrekkelijke aspecten: schubben kunnen eenvoudig uit de huid van een vis verwijderd worden en het ongerief dat de vis hiervan ondervindt is minimaal. Vissen ervaren bovendien nauwelijks stress van deze handeling; het gebruik van vissen in dit soort onderzoek kan dus ook de betrouwbaarheid van gevonden resultaten sterk vergroten. Daarbij komt nog dat verwijderde schubben in een tijdspanne van 20-30 dagen volledig regenereren. Derhalve is een verminderd aantal proefdieren nodig.

Bron: Juriaan Metz Department Organismal Animal PhysiologyFaculty of ScienceRadboud University Nijmegen.

donderdag 9 juli 2009

Konnichiwa

Zo, daar ben ik dan weer (vanuit Japan). Ik ben hier nu net vier dagen en het voelt alweer vertrouwd aan. Tijdens de vlucht, met af en toe wat lichte turbulentie, kon ik alvast aan mijn Japans oefenenen. Ik zat naast twee Japanse vrouwtjes van middelbare leeftijd die naast veel woorden ook een enorme berg met Japanse snacks bij zich hadden. Al met al wel een fijne vlucht gehad dus. Na een snelle verbinding met de Narita Expres en de Shinkansen was ik rond 17.30 op het station van Nagaoka, waar Rob de Vos van Ornafish mij al stond op te wachten. We zijn gelijk naar het huis van Marudo gereden, om verwelkomd te worden door de familie. Na de mugi-cha, die ik nu als water drink (in tegenstelling tot vorig jaar), gingen we uit eten in het vaste restaurant met de hele Marudo staf. Het Japanse eten en niet te vergeten het bier smaakte weer als vanouds en na een gezelllige avond was het tijd om naar bed te gaan.

De volgende dag weer om 7 uur op, om aan het werk te gaan. We zouden namelijk Kohaku sembetsu gaan doen in het Sekihara-gebied. Dit zou uiteindelijk bijna de hele dag in beslag nemen. De kohaku waren gemiddeld tussen de 3 en 4 cm groot, 1 maand oud en werden geselecteerd op patroon. Shiro muji, benigoi en kohaku met slecht verdeelde patronen werden uitgeselecteerd. Wat me opviel was dat er bijna geen koi met afwijkingen voorkwamen, terwijl dit toch de eerste selectieronde was. De koi die er uit springen zijn de grote koi met patronen welke al volledig doorgekomen zijn. Deze koi zijn dan ook al wel rond de 5-6 cm. Het merendeel heeft nog veel roze ipv wit en licht oranje ipv rood. Daardoor zijn er veel koi die op benigoi lijken, maar toch wel degelijk nog patronen gaan ontwikkelen. Dit is te zien aan de iets lichtere vlakken op het lichaam, misschien is het wel te zien op een foto hieronder. In totaal zaten er 90.000 kohaku in de vijver, na selectie natuurlijk een stuk minder. Ongeveer 9.000 stuks, dus 10 % heeft de selectie overleefd.
























Op zondag, normaal een rustdag, gingen we natuurlijk weer aan de slag. Geen sembetsu, maar wel veel voeren. Ik heb nu weer alle tosaivijvers gezien, waarvan er weer 10 bij gekomen zijn dit jaar. Ook enkele vijvers met tosai van vorig jaar, welke nu dus nisai worden, gezien. Wat een vissen zeg. Ik heb natuurlijk gelijk de voederautomaten open getrokken en wat korrels het water ingegooid.


Nu ik het toch over nisai heb, mijn twee vissen (godan kohaku en godan maruten sanke) zijn ook de mudpond ingegaan. Ik heb ze beiden nog niet gezien, de vijver waarin de sanke zit is zo groen dat ik niks kon zien, daarnaast wordt er op die vijver ook met zinkend voer gevoerd. De kohaku zwemt in een vijver welke ver weg ligt, dus dat komt later wel. Mooi nieuws dus!

Ik slaap nu trouwens in het oude huis van de familie, omdat er geen plek is in het andere huis. Dit komt mede door de geboorte van een derde kleinzoon van Hisashi-san. Nu woont de familie in totaal met 11 man in een huis. Het oude huis waar ik nu verblijf (ik slaap er eigenlijk alleen maar) ligt naast een koihuis, waar alle oyagoi zwemmen. Nu dus ook de kego (fry, nakomelingen). Naast het huis staan vijf showvaten welke volhangen met kuitborstels.

Toen ik aankwam hing er kuit van Karashigoi/chagoi/ginrin ochiba (1 vrouwelijk ouderdier), kujaku, yamabuki, mukashi ogon en kohaku. Het kuit van de kujaku en karashi zijn nu uitgekomen en werden de afgelopen paar dagen al gevoerd met artemia (pekelkreeftjes). Vandaag (ma 6 juli) heb ik samen met Tomohero-san 50.000 karashi/chagoi en 75.000 kujaku kego uitgezet in twee verschillende vijvers. Hoe de fry geteld wordt weet ik ook niet, maar zal ik nog eens navragen. Wel grappig idee om een zak met 25.000 koi in je handen gehad te hebben. De kujaku kego zijn trouwens geel van kleur, de mukashi grijs en de karashi-kego waren licht en donker bruin.

Dinsdag weer een zware werkdag geweest, voornamelijk veel schoonmaakwerk. De showvaten waarin het kuit was geplaatst en de eitjes zijn uitgekomen, moesten schoongemaakt worden. Niet het werk waarvoor ik naar Japan gekomen ben, maar ja dat hoort er nu eenmaal bij. Voordat de showvaten schoongemaakt konden worden, moesten eerst de jonge koi in vijvers geplaatst worden. Deze vijvers waren de afgelopen paar dagen al voorbereid met kalk, kippenmest, muggenlarve-verdelgingsmiddel en op dinsdag is er de laatste hand aangelegd met het verwijderen van predatoren uit het water. Er is namelijk een groot insect (ongeveer 10 cm lengte, lijkt een beetje op wandelende tak met een angel) welke in het water leeft en deze predeert koi, dus moeten deze eruit.
Overigens ook nog enkele tosaivijvers afgevist waarin sanke zwommen. Hier heb ik jammergenoeg niet aan mee mogen helpen, want er was genoeg hulp van buitenaf (oude vrouwtjes van rond de 70 ) en het fysieke werk werd aan de jonge garde overgelaten. Dus de vijvers afnetten en daarna gelijk weg om de rest van de tosai te voeren. Er zijn nu rond de 50 tosai vijvers in verschillende gebieden welke dagelijks gevoerd moeten worden, dus dat vergt veel tijd.

Op vrijdag, de dag dat ik aankwam, had Hisashi-san tijdens het eten nog een leuke verassing in petto. Hij had Futoshi Mano (shacho van Dainichi) en Toshyaki Sakai (Yamamatsu) gebeld om samen met Rob, Mark Gardner en mij wat te gaan eten. Dat was dus op dinsdag. Stel je eens voor: Aan tafel met Dainichi, Yamamatsu en Marudo, de top van Niigata zat dus met mij aan tafel! Ik heb natuurlijk gelijk van de situatie gebruik gemaakt (met Rob de Vos als tolk) en geregeld dat ik een dagje op beide koifarms mag meehelpen met de sembetsu. Op 17 juli zal de showa sembetsu op de Dainichi Koifarm beginnen, ik zal er (waarschijnlijk samen met Mark) bijzijn. Na een goede maaltijd, waarbij men altijd veel te veel besteld, zowel qua eten als bier, gingen we richting een karaokebar. Na een duet met Futoshi-san kwamen er nog meer kwekers binnendruppelen. Otsuka, Hiroi, Taro Kataoka, staf van Maruju en Mitsunori Isa, wie zich zelfs nog mijn nam herrinnerde. Ik was zijn naam trouwens wel vergeten. Na een gezellige avond met veel karaoke en bier was het tijd om te gaan, de sembetsu roepte namelijk weer de volgende dag.

Gisteren, woensdag, was het tijd voor showa sembetsu. In totaal drie vijvers afgevist. De showa's waren van verschillende ouderdieren, wat goed te zien was. Echt een wereld van verschil qua sumi. Bij de een was het wel duidelijk om het verschil tussen wit, zwart (uitte zich in grijs) en rood (licht geel/oranje) te zien, maar bij de ander was het toch een stuk moeilijker. Wit was licht blauw, zwart was licht grijs en rood was bruin. Ik help natuurlijk mee met de selectie, maar het selecteren spreekt niet voor zich. Dus ik krijg twee netjes, een om de visjes te verzamelen, de ander om de mijns inziens goede koi in te zetten.

De slechte koi blijven dan achter in het andere net en dan vraag ik een ander om hun mening. Na een tijdje gaat het eigenlijk vanzelf en gaat het tweede netje al snel het water uit. Er waren ook nog enkele Japanse klanten langsgekomen die een hele binnenvijver (70 stuks bijna nisai gosanke van 30-40 cm) hadden gekocht en nog enkele hogere kwaliteit nisai van deze lengte. Ik zag heel snel een flink pak van meer dan een cm aan briefjes langs komen, zulke klanten zijn volgens mij van harte welkom.

Woensdag zou ook de laatste shipment van Ornafish voor het voorjaar/zomer zijn, en natuurlijk zijn er vissen bij Marudo gekocht. 26 dozen maarliefst en allemaal gevuld met tosai (waarvan de meesten nu wel net nisai zijn). Het hoogtepunt van zo'n zending is het afleveren van de gevulde dozen. Het verzamelpunt voor alle kwekers is een schuurtje bij Choguru, waar rond 20:00 uur die avond de koi verwacht werden. Elke keer als er een kweker met zijn auto vol dozen voor rijdt, helpt iedereen mee om deze uit te laden. Dan als alle dozen aangekomen zijn, rijdt er een grote vrachtwagen voor en gaan alle dozen, gesorteerd op bestemming, de laadruimte in. Dit is echt in no-time gebeurt. Rob was zo aardig om foto's en filmpjes te maken terwijl ik meehielp om de vrachtwagen te vullen:

Vandaag was het weer tijd voor Showa-sembetsu, nu van een grotere vijver. Ik moet zeggen dat het toch weer ff wennen is als ik voor het eerst naar het netje gevuld met koi kijk. Het is echt een kweste van in een ritme zijn en dan gaat het na een tijdje vanzelf. Na de middaglunch gingen we richting koihuis om kujaku kego te netten en uit te zetten in een vijver. Ik mocht dan samen met Tomohero-san de rest van de dag schoonmaken. Dit is echt 'part of the job', wat mij echt niet kan boeien. Tijdens deze schoonmaak werkzaamheden denk ik dan maar aan de rest van de koihobbyisten die niet zo dichtbij het vuur zijn als ik. Gelukkig gaat zo'n dag vannzelf over en zit ik nu rustig mijn verslagje te typen. Het werd tijd ook.

Ja mata (tot gauw),

 
Nishikigoi Novelle en de gehele inhoud van http://koiquest.blogspot.com wordt beschermd middels copyright. Niet in enige vorm mag er publicatie plaatsvinden zonder expliciete toestemming.